Gedichten uit mijn bundel " Samen, dommelen en
uitrusten" De gedichten zijn volledig autobiografisch en vormen een herinnering aan
mijn op 13 februari 2009 overleden moeder.
Zij kreeg 5 dagen voor haar dood te horen
dat ze kanker had. De bundel bevat het verhaal van deze laatste 5 dagen en de
gedichten die aan haar en deze periode herinneren.
Vandaag is niet te beschrijven
nu even niet
heb geen woorden
voor wat onbeschreven is
geen bevrijding
van ongerijmde woorden.
het verstand
kan mijn gevoel niet vertalen
de geschreven zinnen
komen niet tot leven
de woorden van gevoel
laten zich nu niet verklaren
en zijn ontoegankelijk
losgedreven van het leven
dat nog zo aanwezig leek
voorlopig even niet
alles is te pijnlijk
om te dichten
Een
hoofd vol vlinders
Je bent bij mij in een tuin vol vlinders
de geur van bloemen, vers geplukt,
lieveheersbeestjes met zwarte stippen
dromend van ons samen zijn
de verbondenheid die we hadden
‘k blijf me warmen met de herinnering,
die mij maakt tot jouw zoon
in de schaduw van de zon eten we
weer meegebrachte broodjes
en koeken, roze van kleur
zo zoet, dat de vlinders lonken
als ik ’s avonds aan je denk
bij het schrijven van gedichten
ben je bij me, lees je met me mee
je speelt me alle woorden toe
en de vlinders rusten op de bloemen
Ik mis
je
Lentezon
het water spiegelend
wachtend op beroering
ik besef meer en meer
dat ik niet naar je toe kan
er zijn geen woorden of gebaren
die mij kunnen brengen
geen eenden, vogels, mensen
die me kunnen helpen
het water te laten bewegen
misschien vreemd, het doet me niets,
het is mijn verlangen te wachten
tot jij het water weer laat spreken
Steen
in de herfst
Beelden
uit een schaduwrijk
mooie verhalen, herinneringen,
gelukkige momenten uit een andere tijd
verdroogde bladeren
bedekt met
wat zand, markeren
het spoor van de weg terug
een eenvoudige steen ligt er,
jouw naam, getekend door het leven
Een eikenhouten kist
eenvoudig
gesierd door boeketten
dragers
in ’t zwart
een flauw zonnetje
vrienden, bekenden
gedachten
in mijn hoofd
twee mensen
jij, pa
en, niet voor de laatste keer
jouw woorden
“samen, dommelen
en uitrusten”
Vlindersteen
De voor jou gespleten aarde
nu nog slechts bedekt met wat zand
de steen is verrezen
om mijn gedachten
te laten spelen
met de herinnering
blijvend - aan jou – lieve ma
Vrijdagnacht
Ik zie het licht van de lantaarns verglijden
over lege, natte straten en
aanschouw het verdriet
om het verloren leven
dankbaar voor wat eens was en
nu in de nacht is verdwenen
de verwaaide wolken
aan de hemel zo grijs
treuren gelaten bedroefd
in plassen die schijnen
totdat ook de nacht niet meer leeft
en de stilte heerst
de gedachten
die de nacht bedwingen en
mij steeds meer veroveren
vervagen
één voor één
Jouw ogen gesloten als de nacht
een bleke huid, grijze haren in stilte gebogen
lichte ademhaling, bijna ingetogen
daarbij straal je in pracht
een gedachte aan de wil tot leven
wordt verbannen door de naderende dood
de schaduw van jouw zijn
is nog niet verdreven
ik streel je om liefde te geven
jouw hand trekt voor heel even
sporen op mijn huid
in flarden van herinneringen
is dat laatste leven
voor altijd bij me gebleven
Ik kus
je
Twee mensen, rust
de ademhaling vol herinneringen
lang mocht het niet duren
van me ontnomen ben je, door de
angsten ingehaald
zo zwijgend in de laatste uren
voorbij het leven, nabij de dood
ik laat je rustig gaan
de kamer neemt afscheid
van het leven maar blijft
als nooit te vergeten beeld bestaan
en ik kus je
Samen,
zoals je wilde
Het is de zon die ik
niet voel, hier
in de kamer
wanneer in gedachten flarden
herinneringen rond me vliegen
de muren besluipen
tot waar
de zon over
schaduwen probeert te klimmen
met een kracht die langzaam
uit jou wegvloeit