"Ik zeg maar niets, dat zegt vaak al genoeg" is voor mijn gevoel duidelijk mijn eerste bundel. Een verzameling van losse gedichten. Een beetje speels. Nu, jaren later, zou ik wellicht anders hebben                                                                                   geschreven, maar dat is een gevoel dat elke schrijver zal herkennen bij het terug lezen van wat ouder (eigen) werk.

   

Fanfare
 
Ik kijk naar buiten
 
ret-te-ke-tet
pats-boem
 
tut-e-re-tuut
pats-boem
ting-ge-le-ring
pats-boem
 
rom-mer-de-bom
pats-boem
 
de fanfare kwam langs
 
Klaagzang van een versleten stoel
 
Ik voel me rot
in m’n rug en in m’n poten
 
had ik maar meer genot,
dan voelde ik me niet zo klote
 
 
Shit…het regent
 
Stralende gezichten
zien sterren fonkelend
aan de hemel staan
 
sombere gezichten
zien wolken dreigend
aan de hemel staan
 
dat is de invloed
van de natuur
op het mens’lijk humeur
 
shit…het regent
 
 
Zo jong nog maar
 
Slechts zes mooie jaren jong,
ouder mocht je niet worden
je stond nog maar net in het leven
en nu is het al voorbij
 
nog hoor ik je heldere lach
weerkaatsend tegen de muren
vrolijkheid is wat je gaf
nog lang zal ik dat horen
 
vechtend tegen een oneerlijk lot
jouw strijd was ongelijk
winnen kon je het nooit
daarin berusten is zo moeilijk
 
slechts zes mooie jaren jong
waarom moest het zo zijn ?
is de wereld dan niet eerlijk ?
en nu is het voorbij………..
 
Zoekend in de regen
 
Hier loop ik door de regen,
denk alleen maar aan jou
 
wat wil ik, wat moet ik nou,
waarom kom ik je niet tegen?
 
hier loop ik door de regen,
op zoek naar ik weet niet wie
 
en ieder meisje dat ik zie
kijk ik aan, heel verlegen
 
hier loop ik door de regen,
Op zoek naar wie, naar jou?
 
wat wil ik, wat moet ik nou,
waarom kom ik je niet tegen?
 
hier loop ik door de regen,
op zoek naar iemand, op zoek naar jou
 
dat is wat ik je zeggen zou,
ach, kwam ik je maar tegen
 
Jezietmeniet
 
Aan de oever tussen het ranke riet
verschuilt zich de “Jezietmeniet”
 
in de dampende mist boven het rimpelloze water
weerkaatst zijn altijd vrolijke en heldere gesnater
 
door niets en niemendal voelt hij zich bespied,
want immers waar je ook kijkt, je ziet hem niet
 
Jehoortmeniet
 
Aan de waterkant verscholen in het dichte riet
bevindt zich ’s morgens vroeg de “Jehoortmeniet”
 
in de dampende mist boven het rimpelloze, vlakke water
hoort niemand zijn altijd tragisch en weemoedig gesnater
 
moedeloos vereenzaamt hij in het prille ochtendgloren ,
want immers, wat hij ook doet, je kunt hem niet horen
 
 
De “Ikbenerniet”
 
Een vrolijke “Ikbenerniet”
liep fluitend door het dichte riet,
hoorde twee lesbische vissen praten
gelukkig hadden ze niets in de gaten
 
hij hoorde hen verlangend zuchten
naar iemand om hen te bevruchten,
kroop van schrik dichter in het riet
en dacht “o jee ik ben er niet”
 
Samen in het riet
 
Een eenzame “Jezietmeniet”
zat lonkend in het riet
turend naar een leuke vogeltjesgriet
maar horen deed hij haar niet
 
een moedeloze “Jehoortmeniet”
zat koerend in hetzelfde riet
hoorde wel een vogeltjespiet
maar zien deed ze hem niet
 
een relatie lag dus niet in het verschiet
hoezeer dat hen beiden ook verdriet
dus ondanks alles is dit vogelrijke riet
toch een heel slecht broedgebied
 
Eendagsvlieg
 
Gisteren…..?
was ik er nog niet
 
vandaag….?
ben ik alles
 
morgen….?
ben ik er niet meer
 
 

HOME